Een leider voor het team of een herder voor schapen?

‘In mijn team op onze scholen zitten alleen maar schapen…  Ze blèren en kunnen niets zelfstandig. Ze klagen en willen dat je ze alles voorkauwt. Ze gaan niet op onderzoek, ze mekkeren elkaar na. Ik word gek van dit team.’

Er moet gewoon iets veranderen!

Ik kijk naar deze manager. Een jonge veertiger. Hij komt bij de politie vandaan en maakte een ommezwaai naar het onderwijs. En daar zit hij nu. Bij zijn coach. Of mediator. Hij weet niet eens zo goed waarom de directie hem naar mij stuurde.

“Er moet gewoon iets veranderen!” “En als er niets verandert? Wat gebeurt er dan?”. “Dan word ik gek”, zegt hij weer en kijkt bijna boos naar me. “Hmm. Dat moeten we ook niet hebben”,  reflecteer ik en schenk de koffie nog eens bij.

“Hoe was dat in het begin?” vraag ik hem. “Stond er in de vacatureomschrijving voor jouw baan dat ze een herder zochten?”

Mijn boodschap landt nog niet

Mijn boodschap in de vraag landt nog niet. Hij voelt de bui nog niet hangen en begint weer over zijn schapen. Het zijn meer ooien dan rammen merk ik op uit zijn voorbeelden. Ik geef hem zo’n 10 minuten waarin hij in geuren en kleuren het schapengedrag beschrijft. Half luisterend denk ik terug aan mijn jaren als leidinggevende in ’t onderwijs.

Ik zie de klas vol lammetjes, de schaapjes in het team…. en de teamleider…? Was ik ook een herder? Een leraar? Een verbinder? Als hij na zijn derde voorbeeld stil valt kijkt hij mij aan…. “Maar wat zou jij doen?”

Ze zochten een leider, maar ze gedragen zich als schapen

Ik zeg nog een keer tegen hem, nu wat nadrukkelijker: “Wat stond er in je vacature tekst? Zochten ze voor de schapen een herder, of zochten ze voor het team een leider?” Hij aarzelt en begint ’t door te krijgen. “Ze vroegen een leider, maar ze gedragen zich als schapen.”

“En van de weeromstuit ben jij nu een ….”.  “Een wolf!” grapt hij.

Ik wil gewoon als professional erkend worden

“Hoe gaat het thuis. Wat doet je partner eigenlijk, wie zijn je kinderen?”

Na een tijdje luisteren wordt mij veel duidelijk. Zijn autistische zoon vraagt veel aandacht, hij is voetbalcoach geworden van het elftal (JO-09-05) om te zorgen dat zijn zoontje begrepen wordt en mee kan blijven doen. De schoolvakanties en de regelmatige werktijden zijn goed voor zijn opvoedrol.

En zijn vrouw is erg slecht met haar eigen broer. Hij bemiddelt daarbij en geeft haar veel en vaak adviezen.

Geen wolf wel een helper

“Geen wolf”, zeg ik. “Wel een helper. Eigenlijk ben je een hele goeie kerel. Je hart zit wel op de goede plaats merk ik en er is ruimte voor een ander. Ik zou je buurman wel willen zijn; volgens mij heb ik ’t dan wel goed.” Ik meen het.

“Maar om je teamlid te zijn….. ik zou niet erg ontwikkelen… ik ben namelijk geen schaap. Ik ben een professional. Zo wil ik behandeld worden.”

We kunnen beginnen

“Hoe dan, hoe dan Rob!? Ik zie ze alleen maar fouten maken en afhankelijk zijn!” Mooi denk ik. Goede vraag. Hoe dan.
De werkrelatie is er. We kunnen beginnen.